fotoalbum  stamboom  homepage  sitemap  mailto:webmaster 
Menu

Freule Teding van Berkhout

Réveil en vrouwenemancipatie in de 19e eeuw

Historische ontwikkelingen in Nederland

Nieuwe ideeën rond de vrouw waren reeds in 1782 door de romanschrijfsters Elizabeth Wolf- Bekker en Agatha Deken in de roman 'Sara Burghart' aangeroerd.

In 1796 verscheen een vertaling van het boekje van Mary Wollstonecraft door prof. Ijsbrand van Hamelsveld. Het eerste originele geschrift, waarin een man een krachtig pleidooi hield voor de rechten van de vrouw was 'Revolutionaire Droom' van Gerrit Paape, in 1798. De Nederlandse Etta Palm, jarenlang in Frankrijk woonachtig, ijverde in woord en geschrift voor de bevrijding van de vrouw. Sedert 1823 trokken Barbara van Meerten- Schilperoort en de Doopsgezinde predikantsvrouw mevrouw Brandt- Maas zich het ellendige lot aan van de vrouwen in de vrouwengevangenissen te Gouda en gave deze onderwijs.

Op haar noodkreet stichtte ds Heldring een toevluchtsoord voor uit het gesticht ontslagen vrouwen, ter voorkoming dat deze weer aan misdaad of prostitutie ten prooi zouden vallen. Van de eerste deze Zettense inrichtingen nam in 1848 Petronella Voûte de leiding op zich.

Omstreeks 1836 vormde zich het eerste leesgezelschap rond mevrouw van Groen- van Prinsterer en Gravin van Hogendorp tot onderlinge ontwikkeling en studie; in 1831 richtten de dames Groen en de Clerq- Boissevan een naaischool voor behoeftige meisjes op, iets bijzonders in die tijd; dezelfde kring steunde de stichting van het eerste diaconessenhuis te Utrecht in 1844, waaraan Anna Henriette Swellengrebel haar krachten gaf. Op het gebied van de ziekenverpleging maakten Cato de Bronovo, Anna Teding- van Berkhout, Anna Reynvaan en Jeltje de Bosch- Kemper zich verdienstelijk.

De vereniging van vrienden der armen, in 1847 opgekomen uit de kring van het Réveil, aanvankelijk ook met manneleden, trok zich het lot aan van weduwen met jonge kinderen en verschafte haar werk tot levensonderhoud; hieruit groeide het eerste Zondagschoolwerk. Op het gebied van de bestrijding van de dubbele moraal en gereglementeerde ontucht maakten de dochters van de voorgenoemde gravin van Hogendorp zich verdienstelijk; bij het congres in 1883, waarvoor de Nederlandse afdeling van de Internationale Federatie ter bestrijding van de gewettigde ontucht (opgericht in 1877) als gastvrouw optrad, hadden de dames Hogendorp zitting in het comité van ontvangst, hoezeer zij ook daardoor zich naar het oordeel van vele beschaafde vrouwen in opspraak brachten. Uitvloeisel van het congres was de oprichting van de Nederlandse Vrouwenbond tot verhoging van het zedelijk bewustzijn in 1884 onder presidium van douairiere Klerck- van Hogendorp; deze organisatie bestaat in 1953 in fusie met de Nederlandse Middernachtszending, voort onder de naam Christelijke Vereniging Zedenopbouw.

Op initiatief van Anna Reijnvaan, Jeltje de Bosch Kemper en jonkvrouw A. Teding van Berkhout werd in 1893 de Nederlandsche Bond voor Ziekenverpleging opgericht. De bond zorgde voor een goede opleiding van vrouwen tussen de 30 en 35 van "goed zedelijk gedrag en gezondheid en in het bezit van eene algemeene beschaving". Op 15 september 1893 studeerden de eerste vijf dames af.